Spring naar hoofdtekst

Jos Bielen

Jos Bielen is norbertijn van de Abdij van Averbode, organist en adviseur en docent kerkmuziek. Naast zijn priesteropleiding studeerde Jos muziek aan het Lemmensinstituut Leuven. Hij is directeur van het bezinningscentrum van de Abdij van Averbode, maar is ook verantwoordelijke kerkmuziek in het Vicariaat Vlaams-Brabant/Mechelen en voorzitter van de commissie kerkmuziek van de Interdiocesane Commissie voor Liturgie. Hij heeft een ruime ervaring als docent kerkmuziek en coach van kerkkoren. Hij werkt als coach het liefst aan verdieping van de muziek via tekstbeleving.


Iedereen… zoals altijd

Voordracht tijdens de Dag van de Kerkmuziek, juni 2026 te Breda

Iedereen… zoals altijd. Achter deze drie woorden gaat een geweldige wereld schuil. Dit zou het antwoord kunnen zijn op de vaak gestelde vraag “Wie zingt er bij jullie de mis?” Dit zou trouwens ook het ideale antwoord kunnen zijn. De zang in de liturgie is een taal die bedoeld is om door iedereen gesproken en gezongen te worden, niet enkel door een aantal mensen die zich daartoe apart gezet hebben. Betekent dit dat een koor geen rol meer te spelen heeft? Hoegenaamd niet. Koren leveren heel mooie bijdrages aan de liturgie, in samenwerking met de andere actoren: voorganger, cantor, gemeenschap, begeleider… Maar af en toe is er gewoon geen koor, af en toe is de muzikale rijkdom schaars of niet aanwezig… en wat dan? “Hilversum 3 bestond nog niet… maar ieder had zijn eigen stem” zong Herman van Veen. Inderdaad… wat kunnen we met een gemeenschap zingen als er geen muzikaal talent is om ons op weg te helpen? Dit is uiteraard een uiterste, maar jammer genoeg soms wel de realiteit. Door over de uitersten na te denken komen we trouwens wel ergens in het midden terecht. Dat midden kan dan een liturgie zijn waarin er gezongen dialoog is tussen de voorganger en de gemeenschap, zelfs zonder begeleiding. In datzelfde midden zit de liturgie waarbij een cantor en een organist de gemeenschap meenemen in het zingen.

In het nadenken hierover zijn er twee andere woorden die we naar voor moeten schuiven: ideaal en realiteit en de weg van het een naar het ander. Want er is een weg van het ideaal naar de realiteit… die is er jammer genoeg maar al te vaak en die gaat vaak heel stijl bergaf bij gebrek aan medewerkers en/of inzicht. Er is echter ook de weg van de realiteit naar het ideaal, wetende dat we het nooit volledig gaan kunnen bereiken, maar 'blijven staan' is ook geen optie.

Realiteit

Wat de realiteit is, weten we. We staan allemaal in de concrete kerkmuzikale praktijk en geloof me: die realiteit is helemaal niet kwaad. Wat de realiteit soms wat star maakt, is de 'eeuwigdurende herhaling': we zingen en spelen een bepaald repertoire op een bepaalde manier, we doen dat al jaren zo en daar veranderen we niet veel aan. Ik ken in Vlaanderen parochies waar men 20 jaar geleden wel de vernieuwde editie van het liedboek Zingt Jubilate gekocht heeft, maar waar men nog steeds de liederen zingt die ook in het oude boek stonden… enige verschil: men zingt uit een ander boek, maar het blijft dezelfde muzikale invulling van de liturgie. Het 'sicut erat in principio et nunc et semper et in saecula saeculorum' neemt men daar nogal letterlijk.

Heeft men daar dan 100% ongelijk? Neen, eigenlijk niet, want het hebben van een gekend basisrepertoire is heel belangrijk om te komen tot het ideaalbeeld waarover ik u straks zal spreken. Langs de andere kant is het wel gevaarlijk, want vaak steunt dit dan op enkele mensen die de muzikale praktijk dragen… en als die wegvallen, zakt alles in mekaar.

Ideaal

Hoe komen we dan tot zo'n ideaalbeeld waarbij de muzikale invulling gedragen wordt door iedereen, zoals altijd?

1) Sloop de heilige huisjes

Wat bedoel ik hiermee: heel vaak wordt de kerkmuziek in een viering bepaald door één persoon die (en dat is logisch) bepaalde voorkeuren heeft en daar mag niet van afgeweken worden. Als je geluk hebt, is dat een persoon die een degelijke vorming genoten heeft in theologie, liturgie, muziek en communicatie zodat hij/zij de olie kan zijn die alle medewerkers motiveert en inspireert. Maar… meestal hebben we dat geluk niet. Ik sprak met een van de organisten die in een Zwitserse kathedraal werkt en hij vertelde mij hoe hij op voorhand op de lijst van de voorgangers moet kijken om te weten hoe hij met het orgelspel moet omgaan…. want van die ene mag er geen zelfstandig orgelspel zijn en moet alles vol samenzangliedjes zitten, terwijl een andere voorganger alleen maar gregoriaans wil… en daar is geen gesprek over mogelijk. Of die parochie in een van onze bisdommen waar een gedreven echtpaar zich in de liturgie engageert en die hun spirituele thuisbasis gevonden hebben bij de Emmanuel Gemeenschap… daar is geen enkele andere muziek denkbaar dan de - slecht vertaalde – gezangen van Emmanuel.

Dat bedoel ik met de heilige huisjes. Dat kan een voorganger zijn, een lid van de liturgische werkgroep, een cantor, een organist… en zelfs het koor an sich. Dat laatste is misschien nog wel het grootste heilige huisje in veel gemeenschappen. Het koor eist de zang op voor zichzelf, zet zich fysiek apart in de ruimte, doet een concertuniform aan en is er dan van verwonderd dat men daar vanuit de liturgie soms vragen bij stelt.

Ik vertel u een voorbeeld uit mijn praktijk in de kathedraal van Mechelen waar enkele maanden geleden iemand tot permanent diaken werd gewijd. De kandidaat werkt als parochieassistent in een groot dekenaat en wist niet goed hoe hij de muziek in de wijdingsvering vorm moest geven… hij kon moeilijk één van de koren van het dekenaat vragen… Wat hebben we gedaan: aan alle koorleden + ook buiten de koren mensen gevraagd die wilden meezingen in de wijdingsviering. We hadden 45 mensen, ik heb die twee keer samengebracht om te repeteren en zij hebben als aanzingkoor gefungeerd in die wijdingsviering. En uiteraard kwam de vraag: moeten we een uniform aandoen? Waar gaan we staan? Ze hebben vooraan in de zijbeuk gezeten, zonder uniform… ik heb het hun uitgelegd wat we daar gingen doen… ze waren mee, ze hebben de ziel uit hun lijf gezongen en alle aanwezigen meegesleurd in het zingen. En zo kom ik bij een volgende stapsteen om bij het ideaalbeeld te komen:

2) Geef mensen inzicht

Muziek wordt, jammer genoeg, heel vaak gedragen door een buikgevoel 'ik vind dat wel mooi' of 'dat doet mij nu niks'… zonder dat daar met inzicht en kennis van zaken naar gekeken wordt. Bij de voorbereiding van liturgie wordt streng gekeken naar de juistheid van bepaalde teksten, naar de kwaliteit van de kazuifel, naar de kwaliteit van de powerpoint als die er is… maar als het over de muziek gaat komt er veel meer emotie bij dan achtergrond en inzicht. Nochtans hebben we in onze kerk wel wat basisinzichten en sterke teksten die ons daarbij kunnen inspireren. In opvolging van het tweede Vaticaans concilie verscheen er een instructie 'Musicam Sacram'. Ik weet het, het is een oud document, het verscheen in 1967 maar om de een niet nader te benoemen reden vind ik dat al heel mijn leven een fantastisch jaartal… het is mijn geboortejaar. Ik heb redelijk wat gestudeerd op dat document en ik durf de toekomstdroom die in dat document vervat zit als volgt samenvatten:

Een gezongen liturgie die de vierende aanwezigen, door de actieve deelname aan de zang, meevoert naar een diepere beleving van het gebeuren, rekening houdend met de concrete mogelijkheden van elke gemeenschap. Hierbij zal men streven naar kwaliteit, die men bereikt via degelijke vorming van alle betrokkenen.

Hieruit kunnen we zes thema's distilleren:

  1. Een gezongen liturgie
  2. die de vierende aanwezigen door de actieve deelname aan de zang
  3. meevoert naar een diepere beleving van het gebeuren
  4. rekening houdend met de concrete mogelijkheden van elke gemeenschap.
  5. Hierbij zal men streven naar kwaliteit
  6. die men bereikt via degelijke vorming van alle betrokkenen.

Om de vierende gemeenschappen daarin te ondersteunen werkte het document drie graden van belangrijkheid uit inzake liturgische muziek. Dat betekent: heb je heel weinig muzikale mogelijkheden (geen koor, geen organist, we kunnen niet goed zingen…), beperk u dan tot de muziekjes uit de eerste graad. Heb je wat meer mogelijkheden, neem dan die van de tweede graad erbij. Heb je veel muzikale kennis en mensen in huis, neem dan de derde graad erbij. Dus niet: neem dan de derde graad… nee: de eerste blijft altijd, de tweede komt erbij en daarna nog eens de derde voor de full option. Eigenlijk een mooi handvat…

Nr. 29. De eerste graad omvat:

a. In de openingsriten:

  • de begroeting van de priester en het antwoord van het volk;
  • de oratie.

b. In de liturgie van het Woord:

  • de acclamaties bij het evangelie.

c. In de eucharistische liturgie:

  • het gebed over de offergaven;
  • de prefatie, met haar dialoog en het Sanctus;
  • de doxologie aan het slot van de canon;
  • het Onze Vader met de voorafgaande aansporing en het embolisme;
  • het Pax Domini;
  • het gebed na de communie;
  • de formules van de wegzending.

Nr. 30. De tweede graad omvat:

  • het Kyrie, Gloria en Agnus Dei;
  • de geloofsbelijdenis;
  • de voorbede (het gebed van de gelovigen).

Nr. 31. De derde graad omvat:

  • de processiegezangen van de intrede en de communie;
  • het gezang na de lezing of het epistel;
  • het Alleluia vóór het evangelie;
  • het gezang bij de offerande;
  • de lezingen uit de heilige Schrift, tenzij men het beter oordeelt deze niet te zingen.

Bij ons in Vlaanderen staat dit op zijn kop. Bij weinig mogelijkheden zingt men vooral een paar liedjes… en gezongen dialogen komen zo goed als niet voor. We hadden enkele weken geleden een kerkfestival in Antwerpen 'Amen en nu', misschien hoorde je ervan. De slotviering was een volledig gezongen mis, alles wat gezongen kan worden, werd gezongen… maar het kwam zo geforceerd over dat er van bidden niets meer kwam. Iedereen vond het een sport om constant alles te zien en horen zingen… Op zich een waardevol initiatief, maar als je dat nooit doet en dan ineens alle kruiden uit de kast haalt, kan het best tegenvallen.

Als ik dus spreek over 'geef mensen inzicht', dan heb ik het over kerkmuzikale vorming van medewerkers. De organist van de kathedraal van Antwerpen vertelde mij dat hij het heel normaal vond dat hij bij zijn sollicitatiegesprek om in dienst te komen in de kathedraal serieus uitgevraagd werd over liturgie… maar stelde zich de vraag of er ook zo'n gesprek over muziek is wanneer de bisschop een priester vraagt om pastoor te worden van dezelfde kathedraal… Ik mag in Vlaanderen zangles en kerkmuziek doceren aan het interdiocesaan seminarie en ik ben daar blij om. Ik merk ook dat de seminaristen open staan voor input en ja, af en toe moet ik daar ook heilige huisjes afbreken… Er is meer in de kerkmuzikale wereld dan Iona, of Taizé of Jos Bielen… Het blikveld moet open blijven met als doel de toekomstdroom van Musicam Sacram. ik lees hem nog even:

Ik droom van een gezongen liturgie die de vierende aanwezigen, door de actieve deelname aan de zang, meevoert naar een diepere beleving van het gebeuren, rekening houdend met de concrete mogelijkheden van elke gemeenschap. Hierbij zal men streven naar kwaliteit, die men bereikt via degelijke vorming van alle betrokkenen.

In onze abdijkerk verzorg ik elke eerste zondag van de maand (niet in de zomermaanden) 'Zingen op zondag': ik bereid de zondagsmis voor met mensen die bereid zijn 1 uur vroeger te komen en ik doe dat aan de hand van de gezangen die voorzien zijn. Ik vertel de grote lijn van de Bijbellezingen, leg de link naar de liedteksten, we lezen de liedteksten, zingen de liederen eens door als repetitie en je merkt dat mensen daar veel deugd aan beleven. Uiteraard ook aan de koffie die daarbij hoort en de gemeenschap die zich daar al vormt…

3) Verandering van mindset

Als het Onze Vader niet gezongen wordt, maar gebeden, vragen we toch ook niet een groep mensen die in uniform op een bepaalde plaats in de kerk staan om het Onze Vader luidop uit te spreken… nee, dat doen we samen 'met iedereen… zoals altijd'. Waarom doen we het dan anders met het zingen…? Zingen en spreken liggen hel dicht bij elkaar, in een niet nader te noemen Vlaamse provincie loopt het soms zelfs wat door elkaar…

Hélène Nolthenius, gestorven in 2000, hoogleraar muziekgeschiedenis van de oudheid en de Middeleeuwen in Utrecht geweest, schrijft in haar boek “Muziek tussen hemel en aarde” op p. 125: Wat drijft de mens in primitieve samenlevingen en oude religies tot het zingend reciteren van gewijde teksten? Bestaat er een functionele grens tussen spreken en zingen? Bestaat er een grens tussen zingen en spreken? Wie een gesproken klinker lang aanhoudt, komt al in de zang terecht; in de ene taal gebeurt dat eerder dan in de andere taal…/… Cicero noemde het spreken een verborgen soort zingen.

Wij zijn mensen van het woord... wij babbelen graag, wij leggen het graag uit... dat is onze westerse cultuur... Ook in onze geloofsbeleving is dat zo: het begin van het Johannesevangelie zegt het duidelijk "In het begin was het Woord en het Woord was God"... Onze liturgie is gericht op het Woord waarin wij God herkennen, we ontmoeten God in het woord... Bij onze protestantse broeders en zusters gaat dat zelfs nog een stuk verder... daar mag de dominee heel lang preken... het woord is belangrijk. In andere culturen is dat anders: in oosterse religies is het niet het woord, maar de stilte... God ontmoet je in de stilte... Het boeddhisme bijvoorbeeld, is daar een groot voorbeeld van. In Afrikaanse culturen wordt er gedanst, gezongen... wordt er veel minder stil gezeten of geluisterd naar gesproken woord...

In dit verband zijn er ook wel wat uitdagingen te noteren: je zou kunnen overschakelen naar een luisterliturgie waarbij ook de muziek alleen maar beluisterd wordt, of inwendig meegezongen of geneuried. De laatste decennia zie je religieuze popsongs verschijnen, rustige kleinkunst-achtige luisternummers voor klein ensemble en solostem, muziek die ons oproept tot lofprijzing… Allemaal waardevolle zaken om via muziek door te stoten tot de diepste kern van het leven en ons te helpen bij het bidden. Maar voor de liturgie hebben we iets anders nodig… De diepe beleving van liturgie zet een stap verder dan “het mooi vinden wat er gebeurt”. Liturgie transformeert een mens als ze goed gevierd wordt. De ontmoeting met God en met Christus maakt van ons een ander mens. En ja, muziek die ons emotioneel raakt, zet ons op het pad naar die transformatie… maar als het alleen maar “luisteren en ondergaan” is, geraken we er niet. Liturgie moet je “meemaken” en “mee-maken”.

Ik zie een jongere generatie opduiken in onze kerken die graag meedoet… en voor wie luisterend meedoen ook waardevol is, ze zijn het immers zo gewoon vanuit hun muzikale cultuur op festivals en dergelijke… Je ziet ze op festivals ook luidkeels meezingen: vorige week was het laatste optreden van K3-originals: mensen zingen luidkeels mee… omdat er een beleving achter zit.

Er zitten veel kansen in de kerkmuziek om aan pastoraal werk te doen. We houden Bijbelavonden, conferenties en getuigenissen, studiedagen zoals deze… waarom ook geen muzikale avond waarbij we de inhoud van kerkmuziek laten spreken…? Ik heb bij ons vorig jaar 5 avonden 'parels vissen' georganiseerd om parels op te vissen uit het liedboek. Mensen waren zeer enthousiast… Op mijn website staan ondertussen bijna 100 podcasts met liedbesprekingen, telkens van ongeveer een kwartier… ze worden gebruikt… ook bij de start van een vergadering bijvoorbeeld.

Wat wil ik u vandaag meegeven? Het ideaalbeeld van kerkmuziek zit voor mij vervat in dat 'iedereen… zoals altijd'. Iedereen in betrokken, dat kan in afwisseling zijn, dan eens het koor, dan eens het orgel, dan weer samenzang… maar iedereen is betrokken en niemand is performer… en niemand is publiek…

Om daar te geraken is het soms nodig om:

  1. heilige huisjes te slopen
  2. mensen inzicht te geven
  3. de mindset in de juiste richting te krijgen

En dan komen we stil maar zeker in de richting van de droom van Musicam Sacram.
Ik droom van een gezongen liturgie die de vierende aanwezigen, door de actieve deelname aan de zang, meevoert naar een diepere beleving van het gebeuren, rekening houdend met de concrete mogelijkheden van elke gemeenschap. Hierbij zal men streven naar kwaliteit, die men bereikt via degelijke vorming van alle betrokkenen.

Ik dank u.
Jos Bielen

Doneren

Om deze site en het werk van de Gregoriusverenigingen gaande te houden is een gift welkom:

IBAN
NL45ABNA0229852599
Ten name van
Sint Gregoriusvereniging in het Bisdom Roermond
Bank, BIC
ABN Amro, ABNANL2A
Onder vermelding van
Canticum.online
Adres
Postbus 470, 6040 AL, Roermond